Wintertrekking bij hoog lawinerisico
Het zou een bivaktocht rond de Mont Thabor worden. 5 à 6 stapdagen, alles mee in een zeer zware rugzak.
Over de rest van de dag valt niet veel meer te vertellen. Opnieuw drogen. Alles. Opnieuw plannen en puzzelen voor Debbie die volgende week met een andere groep de bergen intrekt met opnieuw dezelfde hoge lawine-cijfers. De koppen bij elkaar steken en uitwisselen wat we allemaal geleerd en ervaren hadden. Dat was niet op 10 minuten geregeld, we hebben echt enorm veel bijgeleerd. Een restaurant zoeken dat niet meedoet met de Valentijns-gekte - het werden heerlijke pizza's van een échte Italiaan.
In de weken ervoor was al duidelijk dat de planning serieus moest bijgewerkt worden. Lawinerisico 3.
Nog dichterbij onze start werd duidelijk dat ook die bijgewerkte plannen het niet zouden halen.
De grote boosdoener : une couche fragile persistente. Een laagje korrelige en luchtige rijm ergens diep onder de verse sneeuw. Het gewicht van een stapper erbij, of van een pak extra sneeuw, en alles gaat tegelijk aan het schuiven. Door de vele wind en de pakken verse sneeuw zou het tijdens onze wandelweek nog erger worden.
Dus nog eens herplannen. We bellen naar de Refuge du Mont Thabor om een sterk ingekorte versie af te checken. Omdat het er even naar uitzag dat we toch 2 dagen stabiel weer zouden krijgen.
Noppes. De vracht sneeuw van storm Nils en alle buienfronten die er omheen draaien begint uiteindelijk een halve dag vroeger. Na veel wikken en wegen, voor's en na's, veiligheid eerst en toffe tocht liefst,... wijken we uit naar een stuk verderop, aan de voet van Les Grandes Rousses. Voor een twee à driedaagse, en daarna zien we weer.
En daarna ? Het weer werd nog slechter. Zo erg dat het zelf op het nationale nieuws kwam op onze eigen VRT. Maar we zochten en vonden nog een andere fijne driedaagse. Applaus voor Debbie.
Maandag : Le Corbier - Ouillon - Col de Glandon - ergens halverwege
9 km 450 m+ 700 m-
Perfect weer. We wilden zo snel mogelijk hoog raken. En dus waren we even de totaal onaangepaste aliens met grote rugzakken en rare raquettes tussen de vele honderden anderen die gewoon kwamen skiën. De stoeltjeslift "Sybelles Express" bracht ons ineens 700 m hoger naar de Pointe de Corbier (2215). Perfect weer, heerlijk uitzicht, aangenaam stappen op een graatje net buiten de pistes : de sneeuw was al wat platgelegd door veel skisporen.
De Pointe d'Ouillon (2431) was onze eerste top. Byebye skiers, wij duiken de ongerepte hellingen van de échte bergen in. Een "woemf" op een vlak stuk maakte meteen duidelijk wat dit betekent : elke foute routekeuze kan afgestraft worden met een lawine.
(Zo'n "woemf" is het doffe geluid van een zone sneeuw die een paar cm inzakt omdat die luchtige "couche fragile" toeklapt. Is het een min of meer vlakke zone dan blijft het daar bij. Op of dicht bij een steile helling is het schokgolfje van zo'n "woemf" genoeg om een lawine in gang te zetten.)
We wisselen af met het sporen. Ik neem een groot deel van de afdaling. Lastig. Iedere stap zakt minstens 20 cm weg.
Het lanschap is onwezenlijk mooi. Wij volop in de zon, de Belledonne even verderop bekroond met grijze wolken. Geen enkel ander spoor in zicht. Wij zijn de eerste deze week die de lange kam naar de Glandon afdalen.
Op de Col de Glandon is het kiezen. De elegante graat naar het plateautje van Montfroid valt af. Het spoor onderaan die graat ook - voor onze inschatting veel te riskant. Halfweg die twee, in de flank?
Veilig en erg verleidelijk. Onzekerheid over de afdaling de dag erna en een opspelende blessure van iemand in de groep geven de doorslag. We trekken verder door de vallei van les Eaux d'Olle (la Vernette op de kaart). Heel zwaar sporen. En we bivakkeren ergens halverwege (eufemisme !) op de klim naar Ref. d'Etandard. Geen ideale plek, er moet behoorlijk veel sneeuw verschept worden voor we goed staan.
Wat hebben we nog meer geleerd :
- niet springen op een dunne sneeuw brug over een beekje
- niets zo vervelend als een sneeuwraquette die als een weerhaak in een gat blijft zitten.
Dinsdag : ergens halverwege - Croix de Fer - Saint Sorlin - Col d'Arves
11 km 500 m+ 750 m-
's Nachts bleef de wind weg. Maar viel er een pak verse sneeuw. Geen bereik, maar we gaan uit van lawinerisico 3 en wellicht 4. Net zoals in de voorbije weken, na een vracht verse sneeuw. Geen Refuge d'Etandard, wel moeizaam sporen naar richting Saint Sorlin. Zo ongeveer aan 1 à 2 km per uur.
Het topje boven de Col de Croix de Fer (geen ijzeren kruis, wel een stenen monument) is een machtig uitzichtspunt.
Ook hier kiezen we vernuftig voor de veilige stroken weg van de steilere hellingen. Een paar wandelaars in jeans en lichte jas, die de paarse (lila?, roze?) markering volgen, kondigen het dorpje aan.
De groep krimpt hier : de bus bergaf is de logische keuze : in deze zware sneeuw met een opspelende blessure blijven doorgaan, is geen goed idee.
Met z'n zessen trekken door naar La Chal, een gehuchtje in het volgende dorp. Dat doorstappen geef een dubbel gevoel. Ja het doet deugd om eens gewoon snelheid te maken. Maar neen, we waren liever een stuk hoger.
In la Chal pikken we terug de gemarkeerde sneeuwschoen wandeling op. Behalve een mysterieuze late trailrunner zien we geen mens op de Col d'Arves.
Tiens, hier staat wel een ijzeren kruis.
We zoeken een vlakke plek ruim onder de Col. Die wordt wellicht een trekgat als de wind van storm Nils aantrekt...
Ik blijf het fascinerend vinden. Je stampt met de raquettes een platform vlak. 10 minuten later zak je er niet meer door, ook niet met de gewone bergschoenen of op knieën op het grondzeil van de tent. Blijkbaar vriest dat samengeperst pak sneeuw heel snel aan elkaar vast.
Woensdag : afdalen, alles drogen en herplannen
3 km 50 m+ 300 m-
Rustig nachtje. Ik deel de tent met Debbie en we zijn zonder iets vooraf af te spreken haast vanzelf in een heerlijk efficiëntie bivakroutine gekomen. Waardoor er tijd zat is voor fijne gesprekken.
Bij het ontbijt klinken er in alle richtingen doffe knallen. Berggidsen die van bovenaf op de steile hellingen bommetjes gooien, waardoor onstabiele sneeuw als een gecontroleerde lawine afgaat. Pas daarna mogen de skiërs op de piste.
De wandeling is beperkt. Door een verzopen bos en druilerige uitlopers van Le Corbier naar de auto's en afdalen. Terug naar ons basiskamp, hotel / camping le Marintan.
Alles drogen. Tent, matjes, rugzak, slaapzak, schoenen, kledij. Alles. Bivakkeren in de winter is voor mij toch vooral een enorm vocht-management vraagstuk.
En herplannen. De ergste berichten spreken over een meter verse sneeuw. Wat een idee om nu in de Franse Alpen te willen trekken. Alleen hier is er lawinerisico rood.
In de namiddag doen we nog een lokaal rondje door oude boerenwegels en langs ruïnes van kastelen en kapelletjes. Met zicht op het Fort du Télégraphe die zijn naam gaf aan een beroemde Tour de France col. Goed getimed, tijdens die paar uurtjes open hemel van de dag.
Goed om te weten dat 50 m boven de drukte van de snelweg, spoorweg en bouwwerf van de eeuw, er nog een eeuwenoud landschap klaarligt om te verkennen.
Donderdag La Chambre - Le Poizat - Refuge du Lac de la Grande Léchère.
8 km 1300 m+ 50 m-
De eerste berichten over mega-lawines, wellicht evolutie naar lawinerisico 5 "extreem" in stukken van de Franse Alpen (met bijbehorend advies "blijf binnen"), heel veel sneeuw en forse wind, stromen binnen.
We kiezen dus voor een wandeling in het bos of op brede eerder vlakke kammen. Waar de sneeuw dan wel overvloedig en onstabiel is, maar niet zomaar met hele pakken tegelijk kan gaan schuiven.
Start in La Chambre, in de regen. De wandeling is er mooi, maar toch eerder Ardens. Bij de Rocher de la Mort (wat een lugubere naam voor wat rotsjes met bouldering formaat) verandert het. Even twijfelen, en dan gaan we voor sneeuw op een wandelpad met wat rotsjes, en niet voor sneeuw op de jeep-piste.
De snelheid keldert naar 1 km per uur. Hoe hard de twee spoorders van dienst hun best doen, sneller dan dat zit er niet in met deze dikke laag poedersneeuw.
De Refuge is prachtig. We werken ons nog door een pak interessante theorie. Tochtplanning. En een paar what-if snenario's die we liever in het echt nooit hoeven mee te maken.
's Avonds schuiven dan samen aan tafel voor een heerlijk versgemaakt diner. Het is leuk om de groep op deze manier beter te leren kennen. Het sociale aspect om 's avonds samen te koken en samen de avond te zien vallen, is natuurlijk niet doenbaar op een winters bivak.
's Avonds schuiven dan samen aan tafel voor een heerlijk versgemaakt diner. Het is leuk om de groep op deze manier beter te leren kennen. Het sociale aspect om 's avonds samen te koken en samen de avond te zien vallen, is natuurlijk niet doenbaar op een winters bivak.
Tegen het avondeten komt nog een jong koppel toe. De gardiens van een heel mooie hut, op het einde van de Maurienne, de Refuge Carro. Ze gaat volgende week open en voorlopig raken ze er niet - lawinegevaar, juist.
Vrijdag Refuge du Lac de la Grande Léchère - Saint François de Longchamp - La Prarie de Robattin (ze houden hier wel van lang uitgesponnen plaatsnamen)
10 km 650 m+ 750 m-
Een prachtige en leerrijke dag. Alles wat je op een wintertrekking bij lawinerisico 1 of 2 niet te zien krijgt, mochten wij wel meemaken. En dat op een veilige manier.
Magisch ontwaken. Ik sliep vlak bij het raam en bleef een kwartier gedachteloos naar het landschap kijken : sereen smetteloos wit, net voor zonsopgang met een piepklein maansikkeltje boven witgepleisterde dennen...
Het sporen bleef immens zwaar. Ook al wisselden we regelmatig, de snelheid bleef erg laag. De twee gardiens van de Carro hut hielpen heel even mee, maar trokken omhoog, naar een klein topje. Tot frustratie van Debbie, die daar ook naartoe wilde. Maar dat zat er niet in, had de rest van de groep correct voorgerekend.
Wat maakten we mee en wat leerden we zoal :
- Een kapot kabeltje van de binding van een raquette vervangen. Interessante teambuilding activiteit.
- Dat dit cruciale wisselstuk van de Tubbs sneeuwschoen amper te vinden is en dat je dit dus best ruim vooraf on-line bestelt en dat het op de paklijst moet staan als je met dit type sneeuwschoenen eropuit wil.
- Een helling met een schoolvoorbeeld van het enige van de 5 lawinetypes dat niet in het lawinebericht stond. "Geules de Baleine" en "avalanche de glissement". Maar achteraf gezien niet onverwacht op een zonverwarmde grashelling met natte sneeuw.
- Toch maar kijken hoe het er in het echt bij ligt en niet alleen op de digitale kaart en op al die moderne apps zoals WhiteRisk en Skitourenguru vertrouwen. Een bos is veilig, maar bij een steile open plek in het bos hielden we respectvol ruim afstand. Als de wind de sneeuw lokaal bijeenblaast tot een helling van 40° met bovenaan een verticaal stukje, dan is het die hellingshoek die telt en niet de 20° a 25° van de grond onder die bijeengewaaide sneeuw. Dus lieten we de bergkam die er zo bij lag, rustig liggen en trokken we er met een ruime boog onderlangs.
- Plannen waar lang en intensief aan gesleuteld is, moeten voortdurend aangepast worden : dat werd er elk uur wel opnieuw stevig ingepeperd.
- Het valt al bij al wel mee om eens uit te wijken naar een geprepareerde skipiste.
- Dierensporen leveren geen evidente lijn op waar je een spoor over kan leggen. Hoe ze het doen is een raadsel, maar de gemzen of reetjes die hier de voorbije nacht passeerden, zakken amper weg.
Maar vooral :
Ook bij extreem lawinerisico kan je een mooie en veilige tocht maken.
Zaterdag : La Prarie de Robattin - La Pierrière - La Chambre
9 km 50 m+ 1200 m-
Zalig opstaan. Na een paar keer heb ik het ritme van het winterbivakkeren al goed beet (veel zomer-bivak ervaring helpt natuurlijk en voor mijn eerste winterbivaktocht kon ik afkijken van de meest ervaren rot van de groep, Debbie). Alles verliep zo vlot dat we op anderhalf uur klaar waren, flink sneller dan wat men normaal rekent. En dat we de twee andere tenten konden helpen. Die flow voelde fantastisch. Toch ?
Achteraf hoorden we de andere kant. Die van zo lang mogelijk in de donzen warmte van de slaapzak blijven dutten of lezen in een écht papieren boek, om dan te mikken om klaar te zijn exact op het afgesproken moment. En geen halfuurtje ervoor, wat is me dat voor een heiligschennis. Toch ?
Ook het dalen verliep vlot. Iemand had 's morgens vroeg een fraai skispoor gelegd exact op onze route. Het sporen verliep dus veel vlotter dan gisteren.
Tijd voor wat in een normale stage op dag één moet gebeuren : een all-in oefening om twee lawinebiepers in veel minder dan 10 min op te sporen, samen met de hele rest (Iets gekwetst ? Helicopter oproepen ? Efficiënte taakverdeling !). Natuulijk verliep het erg vlot en we wisten alle 6 ook vooraf dat we dit prima zouden kunnen. En al even natuurlijk waren er nog een reeks interessante verbeterpuntjes.
Zo rond 1300 m gingen de raquettes op de rugzak. En langzaam ging het over van dikke natte sneeuw naar herfstbladeren, nat gras en paden met een dun filmpje modder.
We waren de vorige generaties dankbaar. Die geld opzij hadden gezet voor een enorm overstekend stuk dak voor de ingang van elke kapel of kerk. Die droge plekken waren meteen onze knabbel- of picknickplekjes.
Die van Notre-Dame de Beauregard was een speciaal geval. Veel groter dan een gewone kapel. Het bleek een "Sanctuaire de Répit", een kapel waar wanhopige ouders van een doodgeboren kind terecht konden. Het werd hier dan even "levend" en werd gedoopt, zodat het kindje eervol kon begraven worden op gewijde grond en de ziel welkom was in de hemel.
Over de rest van de dag valt niet veel meer te vertellen. Opnieuw drogen. Alles. Opnieuw plannen en puzzelen voor Debbie die volgende week met een andere groep de bergen intrekt met opnieuw dezelfde hoge lawine-cijfers. De koppen bij elkaar steken en uitwisselen wat we allemaal geleerd en ervaren hadden. Dat was niet op 10 minuten geregeld, we hebben echt enorm veel bijgeleerd. Een restaurant zoeken dat niet meedoet met de Valentijns-gekte - het werden heerlijke pizza's van een échte Italiaan.
Reacties
Een reactie posten